Oefenblad Werkwoorden –d / -dt | Printbaar | BijLeer
Op dit oefenblad oefen je met werkwoorden op -d, -t en -dt. Eerst lees je de uitleg, daarna kun je de oefeningen maken. Je kunt het blad uitprinten door met de rechtermuisknop te klikken en “Afdrukken” te kiezen, of via je browsermenu.
Eenvoudige uitleg: Werkwoorden op -d / -dt
-d:
Als het werkwoord in de ik-vorm staat, gebruik je altijd -d.
Voorbeeld: Ik vind het leuk.
-t:
Bij hij, zij, het in de tegenwoordige tijd schrijf je -t.
Voorbeeld: Hij loopt naar school.
-dt:
Als de stam van het werkwoord eindigt op een d, dan krijg je bij hij, zij, het -dt.
Voorbeeld: Hij wordt groot.
Ezelsbruggetje:
Je kunt een ander woord in de zin zetten, bijvoorbeeld “hij [loopt] het leuk.”
Bij “loopt” hoor je een t, dus bij “vindt” schrijf je dt.
Zo weet je snel of het werkwoord -d of -dt moet zijn.
Oefeningen:
Hij ___ (loop) naar school.
Antwoord: ___________________________
Jij ___ (vinden) je boek leuk.
Antwoord: ___________________________
Wij ___ (worden) later groot.
Antwoord: ___________________________
De hond ___ (blaffen) hard.
Antwoord: ___________________________
Jij ___ (helpen) me met huiswerk?
Antwoord: ___________________________
Hij ___ (worden) dokter.
Antwoord: ___________________________
De kat ___ (springen) op het dak.
Antwoord: ___________________________
Wij ___ (vinden) oefenen leuk.
Antwoord: ___________________________
Extra opdrachten:
Schrijf 5 zinnen zelf op waarin je een werkwoord met -d of -dt gebruikt:
💡 Tip voor ouders:
Laat je kind het blad printen en zelfstandig invullen. Bespreek samen de antwoorden en gebruik het ezelsbruggetje om werkwoorden goed te schrijven.
Wil je dat een ervaren docent samen met je kind oefent en direct feedback geeft? Plan een gratis intake bij BijLeer en ontdek hoe leren leuker wordt!
