Oefenmateriaal

Oefenmateriaal

Oefenmateriaal

27 nov 2025

27 nov 2025

27 nov 2025

Oefenen voor de Cito Rekenen: 10 Voorbeeldvragen

Gesloten boek met 'CITO rekenen' erop.
Gesloten boek met 'CITO rekenen' erop.
Gesloten boek met 'CITO rekenen' erop.

De Cito Rekenen-toets komt elk jaar terug, en veel ouders vragen mij: “Hoe kan mijn kind het beste oefenen?” Daarom heb ik hieronder tien realistische voorbeeldvragen verzameld die perfect aansluiten op wat kinderen in groep 6, 7 en 8 moeten kunnen. Deze vragen zijn ideaal om thuis te oefenen, omdat ze precies laten zien welke denkstappen kinderen moeten maken.

Door regelmatig te oefenen, wordt rekenen minder spannend en groeit het zelfvertrouwen. Dat zal je meteen merken tijdens toetsen.

Lees ook: Hoe bereid je je kind het beste voor op de Cito-toets? Praktische tips voor ouders

Waarom Cito Rekenen oefenen zo belangrijk is

Veel kinderen maken rekenfouten niet omdat ze het niet begrijpen, maar omdat ze te snel gaan of vastlopen in de tussenstappen. Door gerichte oefenvragen kun je precies zien waar jouw kind struikelt: is het klokkijken, breuken, verhaalsommen, procenten of juist vermenigvuldigen?

Mijn tip: laat je kind hardop denken. Zo hoor jij waar het misgaat.

10 voorbeeldvragen voor de Cito Rekenen

1. Vermenigvuldigen – tafels en grotere getallen

Lisa koopt 4 zakjes met elk 7 knikkers. Hoeveel knikkers heeft ze in totaal?

2. Delen – deelsommen met rest

84 ÷ 7 = ?

3. Breuken – delen van een geheel

Een pizzadoos bevat 8 stukken. Je eet 3 stukken op. Welk deel van de pizza heb je gegeten?

4. Procenten – basisprocenten

Een trui kost €40. Hij is nu 25% goedkoper. Hoeveel betaal je nu?

5. Verhouding – verhoudingstabel

In een pot zitten 12 rode en 8 blauwe knikkers. Wat is de verhouding rood : blauw?

6. Klokkijken – digitale en analoge tijd

De film start om 14:55 en duurt 95 minuten. Hoe laat ben je klaar?

7. Geldrekenen – optellen en aftrekken

Je hebt €12,50. Je koopt een schrift van €3,95 en een pen van €1,50. Hoeveel houd je over?

8. Grafiek aflezen – eenvoudige diagrammen

In een staafdiagram zie je dat 15 kinderen voetbal leuk vinden en 10 kinderen hockey. Hoeveel kinderen vinden voetbal meer leuk dan hockey?

9. Meten – omtrek en oppervlakte

Een tuintje is 4 meter lang en 3 meter breed. Wat is de oppervlakte?

10. Verhaalsom – combinatie van meerdere stappen

In een doos zitten 6 pakjes. In elk pakje zitten 9 koekjes. Je deelt alle koekjes eerlijk over 3 kinderen. Hoeveel krijgt ieder kind?

Hoe je deze vragen het beste kunt gebruiken

  • Laat je kind de stappen opschrijven, zeker bij verhaalsommen.

  • Wissel makkelijke en moeilijke vragen af om motivatie hoog te houden.

  • Maak er een spelletje van: timer zetten, punten verdienen, enzovoort.

  • Bied hulp alleen als je kind echt vastloopt, eerst zelf laten nadenken.

Veelgemaakte fouten die ik vaak zie bij kinderen

  • Te snel willen antwoorden zonder de tussenstappen

  • Moeite met procenten door verwarring met breuken

  • Minuten optellen bij tijden (bijv. boven 60 vergeten door te rekenen naar uren)

  • Verkeerd aflezen van grafieken

  • Bij delen vergeten te kijken of er een rest is

Als je merkt dat je kind één van deze punten lastig vindt, dan helpt regelmatig oefenen enorm.

Wil je dat ik met je kind oefen?

Komt jouw kind moeite tegen bij deze vragen? Of wil je dat iemand meekijkt en precies uitlegt waar het fout gaat?

Ik bied persoonlijke bijles voor basisschoolleerlingen, gericht op rekenen, begrijpend lezen en toetsvoorbereiding.

Stuur me gerust een berichtje voor een vrijblijvende kennismaking, dan kijk ik graag mee welke aanpak het beste past bij jouw kind.